AMSTERDAM - Elk jaar publiceert Onderzoek, Informatie en Statistiek (OIS) van de gemeente Amsterdam de Armoedemonitor. Die van het afgelopen jaar, 2016, is net uit. Onderzoeker Laure Michon vertelt over de laatste ontwikkelingen, en over hoe de monitor tot stand komt. Ze is voorzichtig positief.

“De Armoedemonitor geeft een beeld van de situatie van de Amsterdammers met een laag inkomen. Ook kijken we hoe vaak minimaregelingen toegekend worden en hoe dat zich in de loop der jaren ontwikkelt.” Laure Michon weet direct te vertellen waarom dit werk zo belangrijk is. “Amsterdam is een rijke stad, maar kent ook relatief veel armoede. De Armoedemonitor laat veel facetten van armoede in de stad zien.” Ongeveer een kwart van de Amsterdammers leeft op of onder de armoedegrens (120% van het bijstandsniveau), en dat percentage is de laatste jaren heel licht gestegen.

Wat zijn opvallende ontwikkelingen in de laatste monitor?

“De groep mensen met een laag inkomen lijkt voor het eerst sinds de economische crisis in 2008 te dalen. Aangezien het gaat om een percentage zou je kunnen zeggen dat er minder armoede is in relatieve zin, omdat er veel meer rijke huishoudens bijkomen. Dat speelt natuurlijk wel een rol in Amsterdam. Maar in 2016 zou ook voor het eerst sinds jaren het absolute aantal huishoudens met een laag inkomen kunnen zijn gedaald, al zijn we er wel wat voorzichtig in. Dat zou betekenen dat er minder arme mensen bijkomen, of dat er meer uitstroom is omdat ze verhuizen uit de stad of vaker werk vinden. Of van alle drie een beetje. Dat is iets wat we heel goed moeten gaan volgen de komende tijd, maar er lijkt wel echt een trendbreuk te zijn. Wat ook opvalt is dat veel meer mensen gebruik maken van armoederegelingen zoals de Stadspas of het gratis OV voor oudere minima. Verder zien we dat de ruimtelijke verschillen scherper worden: in Zuidoost, Noord en Nieuw-West stijgt het percentage huishoudens met een laag inkomen meer dan gemiddeld.”

U zegt vaak ‘lijkt’ in plaats van ‘is’. Waarom zo voorzichtig?

“In 2014 zijn we begonnen met het gebruiken van cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek. Daarmee hebben we de inkomensgegevens van alle Amsterdammers, een schat aan informatie. Maar we lopen wel een paar jaar achter omdat inkomensgegevens pas na een paar jaar definitief worden vastgesteld. We publiceren nu de monitor van 2016 maar rapporteren eigenlijk over de situatie in 2014. We werken daarom met ramingen: hoe heeft het zich waarschijnlijk ontwikkeld in 2015 en 2016. We zaten er de afgelopen jaren niet ver naast, maar je moet rekening blijven houden met een foutmarge. Daarnaast kunnen we van veel armoederegelingen het bereik niet exact berekenen omdat we niet precies weten hoe groot de doelgroep is. Bij de Stadspas is dat duidelijk, daar hebben alle minima en AOW-ers recht op. Maar hoe bepaal je hoe groot de groep is die een OV vergoeding voor mantelzorg kan aanvragen?”

Hoe komt het dat meer mensen gebruik maken van armoederegelingen?

“De gemeente heeft veel ondernomen om de regelingen bekend te maken bij de doelgroep. En er is nu een online aanvraagformulier, als mensen iets aanvragen worden ze er op gewezen op dat ze ook recht hebben op andere regelingen. We zien ook al een tijd dat mensen met een laag inkomen uit loon of uit een eigen bedrijf - bijna een derde van de mensen met een laag inkomen - weinig gebruik maken van armoederegelingen. Het is heel lastig om die groep te bereiken, want mensen lopen er niet mee te koop dat ze een laag inkomen hebben en denken vaak dat ze geen recht op armoederegelingen hebben. De gemeente kijkt nu hoe deze groep wel bereikt kan worden. Een van de opties is om veel meer naar branches te kijken waar de salarissen laag zijn en daar informatie geven. Bijvoorbeeld bij schoonmaakbedrijven, waar salarissen laag zijn en vaak gewerkt wordt met contracten voor weinig uren of flexibele contracten.”

Wat zie je als je op de langere termijn naar armoede kijkt?

“Armoede is heel hardnekkig, en het beeld dat we schetsen blijft redelijk stabiel de afgelopen jaren. In de monitor van vorig jaar lieten we bijvoorbeeld zien dat het voor minima lastig is om te verhuizen. Verhuizen betekent bijna altijd een hogere huur, en dat kan iemand dan niet betalen, dus gebeurt het niet. Verder laat de monitor steevast zien dat kinderen een heel belangrijke risicogroep blijven. Een kwart van de kinderen groeit op in een huishouden met een laag inkomen, en zij kunnen daar niets aan doen. Daar maakt Amsterdam beleid op, en de monitor ondersteunt die keuze. Maar we kijken ook naar ontwikkelingen waar de gemeente weinig invloed op heeft, zoals de herkomst van minima. Los van de waan van de dag kijken we met de monitor naar het totale plaatje. Ook over dingen waar nu misschien niet direct vraag naar is geven we informatie, want over een half jaar, of een jaar, of drie jaar is die vraag er misschien wel.”

Is die informatie voor een leek ook te begrijpen?

Het hele rapport is misschien een taai ding als je het zo leest. Voor de geïnteresseerde lezen bevat het wel een schat aan informatie. De belangrijkste cijfers, ook van andere onderwerpen die we onderzoeken, kun je vinden op de dashboards op onze website. Er staat ontzettend veel interessants, waardoor je vee l beter kunt begrijpen hoe Amsterdam in elkaar zit. De Armoedemonitor is toch ook een soort spiegel voor de stad.”