AMSTERDAM - Amsterdam stelt in 2017 63 miljoen euro beschikbaar voor voor- en vroegschoolse educatie. Om taalachterstanden voor jonge kinderen op de basisschool weg te werken, trekt het college 9,3 miljoen euro uit. Het Rijk financiert 57 miljoen euro Amsterdam legt zelf 15,3 miljoen euro bij.   

Kansengelijkheid Het college van B&W wil dat alle Amsterdamse  peuters van 2,5 tot 4 jaar naar aan kwalitatief goede peutervoorziening kunnen, ongeacht de dikte van de portemonnee of het opleidingsniveau van hun ouders. Op die manier komen peuters met  verschillende achtergronden elkaar tegen, kunnen ze met elkaar spelen en van elkaar leren. Wethouder Onderwijs Simone Kukenheim: De diversiteit op kinderopvang en peuterspeelzaal moet een afspiegeling zijn van de diversiteit in de stad. Wat mij betreft gaan alle peuters naar een peutervoorziening. Juist omdat jonge kinderen razendsnel leren is de ontwikkeling die ze dan doormaken heel belangrijk voor het functioneren op latere leeftijd.”

In Amsterdam gaat 88%  van de peuters met een risico op een taalachterstand 12 uur per week naar een voorschool (peuterspeelzaal of kinderopvang). Peuters zonder risico op een taalachterstand waarvan de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag, krijgen een aanbod van 6 uur per week op de voorschool. Eerder maakte het college bekend dat in de  aandachtswijken in de stadsdelen Nieuw-West, West, Zuidoost en Noord, alle peuters 12 uur per week naar een voorschool kunnen. Kinderen kunnen zich er spelenderwijs ontwikkelen en in hun eigen tempo werken aan hun taalkundige, sociale, emotionele, lichamelijke en creatieve ontwikkeling.

Kwaliteit Om de kwaliteit van Amsterdamse peutervoorzieningen verder te verhogen, is 2,1 miljoen euro beschikbaar. Kwaliteit van een peutervoorziening hangt samen met goed opgeleid personeel dat werkt vanuit een duidelijke pedagogische visie