AMSTERDAM - Het college van B en W heeft een rekenmethode vastgesteld om de groei van de stad te begroten. Deze techniek is nieuw voor Amsterdam. 

Amsterdam groeit en blijft groeien. Elk jaar komen er meer inwoners en woningen bij in de stad, en neemt het aantal toeristen toe. Hierdoor moeten de huidige voorzieningen meegroeien, om het niveau per inwoner in stand te houden. De voorzieningen kosten geld en moeten worden opgenomen in de begroting van Amsterdam. Om dat op een eenduidige manier te doen voor de hele stad, is dit model ontwikkeld.

Wethouder Udo Kock (Financiën): ‘Om de Amsterdammer goede woon-, en leef-kwaliteit in de stad te kunnen blijven bieden, is het belangrijk dat de voorzieningen meegroeien met de inwoners die erbij komen. Als de stad groeit is er meer handhaving, straat- en wegonderhoud  nodig, komen er verkeerslichten bij en moeten meer kinderen gevaccineerd worden.’ 

Het model berekent hoeveel geld er extra nodig is om de bestaande voorzieningen bij een groeiende stad op peil te houden voor de inwoners. Het wordt gebruikt om jaarlijks een financieel voorstel voor te leggen aan het college en de raad. Amsterdam stelt nu alleen de techniek en rekenmethodiek vast. Elk jaar bij de Voorjaarsnota zullen het college en de raad besluiten in hoeverre er voor het berekende voorstel financiële ruimte is. Het model is ook toepasbaar op krimp. Udo Kock (Financiën): ‘Dit is een belangrijk financieel instrument om de stadsbegroting te laten meebewegen met de groeiende stad en zo de financiën verder op orde te brengen.’

Het mechanisme heeft de eenvoudige structuur gekregen van Areaaleffect = P x Q, waarbij ‘P’ de huidige uitgaven per inwoner, woning, of bezoekers zijn en ‘Q’ de begrote groei of krimp van het aantal inwoners, woningen of bezoekers.

Een fictief voorbeeld: stel dat het benodigde bedrag, volgens deze rekenmethode, voor dienstverlening in stadsdelen 10 euro is per inwoner, en stel dat het aantal inwoners in 2018 groeit met 10.000, dan is 100.000 euro extra nodig om in 2018 dezelfde dienstverlening in stadsdelen te kunnen leveren.

Met de drie andere grote steden is samengewerkt om tot dit model te komen. Den Haag heeft een soortgelijke techniek. Utrecht heeft een vergelijkbaar model toegepast bij het bouwen van de nieuwbouwwijk Leidsche Rijn.