AMSTERDAM - De officier van justitie heeft vandaag tegen een 21-jarige man uit Hoofddorp een celstraf van achttien jaar en TBS geëist. De man wordt ervan verdacht op 8 augustus 2020 in een recreatiegebied aan de Nieuwe Meer in Amsterdam de 24-jarige Bas van Wijk te hebben doodgeschoten. Ook wordt de man verdacht van wapenhandel.


Op die mooie zomerse augustusdag was het druk in het recreatiegebied aan de Nieuwe Meer, daardoor waren er veel personen getuigen van de schietpartij. Duidelijk is geworden dat voorafgaand aan de schietpartij er sprake was van irritatie over en weer tussen twee groepen over een horloge. De verdachte zou meermalen tegen iemand uit de groep van het latere slachtoffer hebben geroepen ‘Geef mij je klok’ of ‘Waar is die gozer met dat horloge?’ De poging van het slachtoffer om te verzoenen werd hem fataal.

De politie kon aan de hand van getuigenverklaringen en na DNA-onderzoek aan een flesje dat blijkens een getuige door de verdachte was gebruikt, de verdachte een aantal dagen na de schietpartij, op 12 augustus, aanhouden. In de auto die de verdachte geregeld gebruikte werden op aanwijzing van de verdachte het gebruikte wapen, patronen en het horloge aangetroffen.

Hoewel de getuigenverklaringen op onderdelen uiteen lopen en niemand precies gehoord heeft waar verdachte en het slachtoffer het over hebben gehad, is het met name de verklaring van de getuige die van het horloge is beroofd zwaarwegend. Onderzoek heeft uitgewezen dat de verdachte verschillende keren heeft geschoten, waarbij ook andere aanwezigen werden bedreigd.

Gekwalificeerde doodslag
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat moord niet bewezen kan worden omdat er geen sprake is van voorbedachte raad. De officier acht wel bewezen dat de doodslag rechtstreeks verband houdt met het afpakken van het horloge. Het motief om het slachtoffer van het leven te beroven is uitsluitend gelegen in het verkrijgen en het houden van het horloge. Omdat het afpakken van het horloge de aanleiding vormde voor de doodslag is er sprake van ‘gekwalificeerde doodslag’ waar in het Wetboek van Strafrecht een hoger strafmaximum voor staat.

Na psychologisch en psychiatrisch onderzoek is vastgesteld dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is. Behandeling van verdachte is echter naar het standpunt van het OM noodzakelijk om recidive te voorkomen.

De officier van justitie in zijn requisitoir: “Bijzonder verzwarend is dat het slachtoffer naar het zich laat aanzien juist wilde voorkomen dat verdachte er met het horloge vandoor zou gaan. Hij wilde bescherming bieden voor zijn vrienden, wat hem uiteindelijk fataal is geworden. Hij had geen schijn van kans. Daarbij moet ook bedacht worden, dat verdachte strikt willekeurig ook nog omstanders van het leven had kunnen beroven. Het ogenschijnlijke gemak, waarmee hij het slachtoffer van het leven heeft beroofd, geeft in ieder geval wel die indruk.”

De officier acht behalve de behandeling in het kader van TBS met dwangverpleging een langdurige vrijheidsbenemende straf passend en geboden.