AMSTERDAM - De officier van justitie heeft vanmiddag een celstraf van drie jaar geëist – waarvan twaalf maanden voorwaardelijk – tegen een 20-jarige man uit Hilversum die ervan verdacht wordt op 9 augustus 2023 een explosie te hebben veroorzaakt bij een restaurant in de Leidsestraat in het centrum van Amsterdam. Dat gebeurde om 5 uur in de ochtend toen er nog twee schoonmakers in het restaurant aan het werk waren.


De explosie, die gepaard ging met een schokgolf, hitte, rondvliegend glas en metalen delen, vond plaats op een meter of vijf, zes van de plek waar de beide schoonmakers aan het werk waren. Zij hoorden een enorme knal, voelden pijn en hoorden een piep en gesuis. Dankzij getuigen kon de politie heel snel twee verdachten van 19 en 20 jaar oud aanhouden. De zaak van de 19-jarige verdachte werd aangehouden, die zal op een later moment dus voor de rechter staan.

Motief niet duidelijk

Op camerabeelden is te zien dat de beide verdachten richting het restaurant lopen. Vervolgens is te zien dat de 19-jarige medeverdachte een poster aanbracht met daarop een bedreigende of intimiderende tekst, terwijl de verdachte die vandaag op zitting stond het explosief tot ontploffing bracht. Het motief voor de daad is niet duidelijk geworden. De verdachte zou ‘door bekenden van de straat’ zijn gevraagd om wat bij te verdienen. Aanvankelijk wilde hij niet, maar uiteindelijk deed hij het toch. Wie die personen waren die hem hadden gevraagd, heeft de verdachte niet willen zeggen.

Behalve getuigenverklaringen en camerabeelden was er ook DNA-bewijs. DNA van de verdachte is aangetroffen op een tas die vlak na het plaatsen van het explosief is weggegooid. De officier vandaag in haar requisitoir: “Het is van belang dat het hier niet gaat om ‘gewone brandstichting’ of het uit de hand gelopen fikkiestoken. Hier is sprake van een geplande weloverwogen en gerichte aanslag. Het gaat hier om criminele samenwerking tussen meerdere personen. Het gaat om doelbewust intimideren en angst en vrees aanjagen waarbij collateral damage voor lief wordt genomen.”

Uitspraak 27 februari