AMSTERDAM - Een 29-jarige man is veroordeeld voor het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan zijn toenmalige vriendin op 16 augustus 2024 in Amsterdam-West. De diepe snee in het been van het slachtoffer leidde tot een slagaderlijke bloeding waaraan ze twee dagen later overleed. De rechtbank legt hem vijf jaar gevangenisstraf op. Ook legt de rechtbank hem een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (GVM) op zodat ook na zijn detentie langdurig toezicht mogelijk is.


Nadat de man 112 belde, troffen politieagenten het 38-jarige slachtoffer aan in een plas bloed in de woonkamer. Op de grond lagen meerdere grote glasscherven met bloed erop. Het slachtoffer blijkt een diepe snee te hebben in haar rechterbovenbeen. Ze overlijdt twee dagen later. De man heeft wisselend verklaard over wat er zou zijn voorgevallen, maar heeft vanaf het begin af aan ontkend iets met de verwonding te maken te hebben.


Ruzie

Buren verklaarden dat de man en het slachtoffer ruzie hadden die avond en dat het klonk alsof ze aan het vechten waren. Op basis van deze getuigenverklaringen sluit de rechtbank een ongeval uit. Het staat vast dat – gelet op de diepe snijwond – met een scherprandig voorwerp de nodige kracht is gebruikt om aan de binnenzijde van het bovenbeen zover door te dringen dat er een slagaderlijke bloeding is ontstaan. Hoewel de rechtbank niet kan vaststellen hoe het letsel exact is toegebracht, houdt zij de man verantwoordelijk voor het letsel dat tijdens die ruzie is ontstaan en waaraan de vrouw twee dagen later overleed.

De man heeft zich ook schuldig gemaakt aan huisvredebreuk. Hij was een paar maanden eerder in de woning van het slachtoffer, terwijl hij daar niet mocht zijn. Bij zijn aanhouding verzette hij zich agressief en beet hij een van de agenten in het been.

Straf

Het geweld dat de man tegen zijn vriendin pleegde, schokt de samenleving zeer. Dergelijk geweld vormt een groot maatschappelijk probleem. Bovendien is het bijzonder verdrietig dat de zesjarige dochter van het slachtoffer in de woning aanwezig was en zag hoe haar moeder op de grond lag en niet meer op haar reageerde. Door zijn toedoen hebben haar zoon en dochter geen moeder meer. De rechtbank oordeelt dat een gevangenisstraf van vijf jaar passend is. Omdat de rechtbank doodslag niet bewezen acht, is de straf lager dan geëist.

Op basis van deskundigenonderzoek, het reclasseringsrapport en het strafblad is er volgens de rechtbank een gegronde vrees voor herhaling. De rechtbank legt daarom ook een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op (GVM) zodat na afloop van zijn gevangenisstraf langdurig toezicht op hem kan worden gehouden. Daarnaast moet hij de moeder van het slachtoffer ruim 46.000 euro aan schadevergoeding betalen, de dochter 58.000 euro en de zoon 41.000 euro.