De destijds 17-jarige jongen benaderde in opdracht via Snapchat anderen om voor geld geweld toe te passen op het slachtoffer. De aanval in Amsterdam-Zuid is professioneel voorbereid, waarbij haar huis vooraf is geobserveerd en foto’s van haar zijn gedeeld. Zij is op klaarlichte dag, voor haar woning en in het bijzijn van haar minderjarige kind, op de grond getrokken, meermaals hard geschopt en met gebalde vuisten tegen haar hoofd en lichaam geslagen. Zij lag weerloos op de grond toen twee minderjarigen dit deden. Verschillende omstanders waren hiervan getuige. De twee minderjarige uitvoerders zijn in januari 2026 veroordeeld (ECLI:NL:RBAMS:2026:566 en ECLI:NL:RBAMS:2026:564).
Opdrachtgevers nog onbekend
Hoewel de 19-jarige man heeft verklaard over zijn eigen aandeel, heeft hij geen verklaring afgelegd over zijn opdrachtgevers. Dit zorgt voor veel onrust bij het slachtoffer, omdat zij nog steeds niet weet uit welke hoek de dreiging van geweld komt. Uit haar slachtofferverklaring blijkt hoe beangstigend die voortdurende dreiging voor haar is en welke invloed die angst op haar dagelijkse leven en haar bewegingsvrijheid heeft. De rechtbank neemt hem dit kwalijk.
Strafbare feiten tijdens schorsing
De man pleegde ook strafbare feiten in januari 2025 terwijl zijn voorlopige hechtenis was geschorst. Kennelijk weerhield hem dit er niet van om wederom de fout in te gaan. Hij werd in een auto aangetroffen met een aanzienlijke hoeveelheid contant geld. Vlak daarvoor had hij zakjes uit het raam gegooid waarin verdovende middelen zaten.
Straf
Bij deze ernstige feiten is in beginsel een onvoorwaardelijke jeugddetentie voor langere duur passend. Toch kiest de rechtbank in dit geval daar niet voor. De rechtbank stelt voorop dat het pedagogische karakter het jeugdstrafrecht kenmerkt. Het doel is, naast straffen, (her)opvoeding en resocialisatie. Het jeugdstrafrecht is steeds maatwerk, afhankelijk van de individuele situatie en de omstandigheden waaronder het feit is begaan. De man is na een relatief korte periode geschorst uit zijn voorlopige hechtenis. Nadat hij aanvankelijk opnieuw in de fout ging, liet hij tijdens zijn schorsing een positieve gedragsverandering zien. De deskundigen schatten de kans op herhaling als laag in. De rechtbank vindt het niet in het belang van de maatschappij en ook niet in dat van de man als hij nu terug naar de jeugdgevangenis zou moeten. Wel vindt de rechtbank dat hij een flinke consequentie van zijn handelen moet ondervinden. De rechtbank legt daarom, naast de drie dagen dat hij in voorarrest zat, 180 uur werkstraf op. De rechtbank realiseert zich dat dit een flinke belasting voor hem zal zijn naast zijn vaste baan, maar de ernst van de feiten rechtvaardigen geen lagere werkstraf. Het alternatief zou langere jeugddetentie zijn, waardoor hij zijn baan zou kunnen kwijtraken. De man moet het slachtoffer ruim 5800 euro schadevergoeding betalen.

16.6 ℃
































































