AMSTERDAM - Een 34-jarige man pleegde op 4 november 2023 in Amsterdam openlijk geweld tegen goederen door met rode vloeistof het Van Gogh Museum te bespuiten tijdens een demonstratie. Maar omdat zijn handelen tijdens een demonstratie geen laakbaar gedrag is, had niet strafrechtelijk mogen worden ingegrepen. Door dit toch te doen is een ontoelaatbare inbreuk op grondrechten gemaakt en wordt hij ontslagen van alle rechtsvervolging. Datzelfde geldt voor die daden van een 28-jarige demonstrante. Zij wordt wel veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van 500 euro omdat zij ook met rode vloeistof op passanten schoot en dat laakbaar gedrag is.


Tijdens Museumnacht, op 4 november 2023, vond er een Pro-Palestina demonstratie plaats op het Museumplein bij het Van Gogh Museum. De 34-jarige man en de 28-jarige vrouw maakten deel uit van de groep demonstranten. Meerdere getuigen zagen dat er met waterpistolen, gevuld met een rode vloeistof, op het Van Gogh Museum en passerende personen is gespoten. De rechtbank acht bewezen dat de 28-jarige vrouw met een waterpistool personen en het gebouw bespoot en dit opzettelijk deed. Ten aanzien van de 34-jarige man constateert de rechtbank dat hij, door actief betrokken te zijn bij de voorbereiding en uitvoering van de demonstratie, een significante bijdrage leverde aan het bespuiten van het museum en dat zijn opzet ook daarop was gericht. Op basis van het dossier is echter niet vast te stellen dat er vooraf ook sprake was van een plan mensen te bespuiten en dat hij wist dat dit ging gebeuren. Er is daarom onvoldoende overtuigend bewijs dat hij opzet heeft gehad personen te bespuiten. De rechtbank oordeelt dat het bespuiten van het museum en personen met een vloeistof kan worden gekwalificeerd als ‘geweld'. De rechtbank acht daarom bewezen dat de 34-jarige man zich schuldig maakte aan openlijke geweldpleging tegen goederen en de 28-jarige vrouw tegen personen en goederen.

Demonstratierecht


De rechtbank oordeelt dat, gelet op de geringe schoonmaakkosten voor het museum en de gebruikte vloeistof, het handelen van de 34-jarige man niet als laakbaar gedrag kan worden beschouwd. Hij maakte op toegestane wijze gebruik van het demonstratierecht en het recht op vrijheid van meningsuiting. Dit houdt in dat er niet strafrechtelijk had mogen worden ingegrepen. Door dit toch te doen is een ontoelaatbare inbreuk op deze grondrechten gemaakt. Hij wordt daarom ontslagen van alle rechtsvervolging. De rechtbank oordeelt dat de 28-jarige vrouw, op grond van dezelfde motivering als de 34-jarige man, ontslagen wordt van alle rechtsvervolging ten aanzien van haar handelingen gericht op het museum. Door personen te bespuiten vertoonde zij echter wel laakbaar gedrag, waartegen strafrechtelijk optreden geboden was. De beperking op het demonstratierecht was – wat die handelingen betreft– geboden en zij is daar ook strafbaar voor.

Voorwaardelijke boete


De rechtbank houdt rekening met de aard en ernst van het feit, de persoon van verdachte en het ‘chilling effect’ dat een strafrechtelijke sanctie op handelingen gepleegd tijdens een demonstratie kan hebben. De 28-jarige vrouw wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van 500 euro met een proeftijd van één jaar.