AMSTERDAM - Een 25-jarige man is vrijgesproken van betrokkenheid bij een explosie bij een horecaonderneming en een poging tot ontploffing van een explosief bij De Pizzabakkers in dezelfde straat. Dit gebeurde op 2 en 3 september 2025. Hoewel aangetroffen DNA-sporen van de man wijzen op zijn mogelijke betrokkenheid, levert het onderzoek onvoldoende bewijs op om hem te veroordelen. De rechtbank veroordeelt de man wel tot 8 maanden gevangenisstraf voor vuurwapenbezit.

In de nacht van 2 september 2025 vond een explosie plaats bij een horecaonderneming aan de Plantage Kerklaan in Amsterdam. De dag erna probeerde een 14-jarige jongen een explosief te laten ontploffen aan de deur van De Pizzabakkers in dezelfde straat. De politie wist een explosie te voorkomen. De 25-jarige man kwam bij de explosie in beeld naar aanleiding van DNA-onderzoek naar een op straat gevonden rugtas en plastic fles, en bij DNA-onderzoek naar het geïmproviseerde explosief dat gebruikt werd voor een poging tot ontploffing bij De Pizzabakkers.

DNA-onderzoek

De rechtbank stelt vast dat DNA van de man op de rugtas en de dop van de plastic fles zat die op 2 september zijn gebruikt bij het tot ontploffing brengen van het explosief bij de horecazaak aan de Plantage Kerklaan. Ook is zijn DNA aangetroffen op een Cobra die op 3 september is aangetroffen bij onderzoek naar de ontploffingspoging bij De Pizzabakkers. Hieruit zou kunnen worden afgeleid dat de man betrokken is geweest bij beide incidenten. De rechtbank is echter van oordeel dat de DNA-sporen niet met zekerheid als dadersporen gezien kunnen worden, omdat niet vastgesteld kan worden wanneer, onder welke omstandigheden en door welke handeling het DNA-materiaal op de rugtas, dop van de fles en Cobra terecht zijn gekomen.

Medeplegen ontploffing en poging niet bewezen

Het DNA-materiaal is aangetroffen op verplaatsbare voorwerpen, waarop ook DNA-materiaal van anderen is aangetroffen. De man schetste een scenario waaruit kan worden verklaard dat zijn DNA-materiaal op de voorwerpen terecht is gekomen. Hij deelde namelijk met twee anderen een woning, waar ook regelmatig andere mensen over de vloer kwamen. De rugtas en lege flessen lagen in een gemeenschappelijke ruimte van de woning. Naar het oordeel van de rechter is er naast het aangetroffen DNA-materiaal onvoldoende steunbewijs om tot een bewezenverklaring te komen. Uitgebreid tactisch en forensisch onderzoek heeft geen belastend bewijs tegen de man opgeleverd en de betrokken - en inmiddels veroordeelde - minderjarigen hebben geen belastende verklaring over de man afgelegd. De man was volgens de gegevens van zijn enkelband thuis ten tijde van de explosie en kan niet op het plaats delict worden geplaatst. Ook bleek uit onderzoek dat de aangetroffen benzine en tape in zijn woning niet overeenkwamen met de benzine en de tapedelen die zijn aangetroffen bij de geïmproviseerde explosieven. Het onderzoek naar de financiën en telefoon van de man hebben niets opgeleverd. De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden bewezen dat de man als (mede)pleger bij de voorbereiding van de ontploffing en de poging daartoe betrokken was en de gebruikte explosieven in zijn bezit had. De aangetroffen sporen rechtvaardigen een vermoeden dat hij hierbij betrokken was, maar het onderzoek levert onvoldoende bewijs op. Om die reden komt de rechtbank tot een vrijspraak.

Gevangenisstraf voor wapenbezit

Tijdens de doorzoeking van de woning van de man trof de politie in zijn slaapkamer een vuurwapen en munitie aan. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens leidt tot gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving en het brengt een onaanvaardbaar risico voor veiligheid van mensen met zich mee. De man verklaarde dat hij het vuurwapen tegen een vergoeding bij zich hield voor een ander. In het nadeel van de man weegt de rechtbank mee dat het vuurwapen op een plek lag die makkelijk toegankelijk was voor anderen, zoals zijn huisgenoten of anderen. Het wapen was niet opgeborgen en geladen met scherpe munitie. De rechtbank legt de man hiervoor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van acht maanden op. De rechtbank ziet geen aanleiding om een gedeelte van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen. De straf is lager dan de eis van de officier van justitie , omdat de man van de andere feiten wordt vrijgesproken.

Eerdere veroordelingen medeplegers

De rechtbank veroordeelde eerder dit jaar drie minderjarigen voor hun betrokkenheid bij de poging tot ontploffing bij De Pizzabakkers, waaronder een 14-jarige jongen die het explosief aan de deur probeerde te laten ontploffen, een 17-jarige jongen die hem voorzag van de benodigde spullen en een 20-jarige jongen die een sturende rol had in het geheel.