AMSTERDAM - De officier van justitie heeft vandaag een celstraf van acht jaar geëist tegen een 29-jarige man die vandaag terecht stond voor het doden van zijn partner, een 38-jarige vrouw. Ook eiste de officier van justitie een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (GVB). Het OM acht bewezen dat de man zijn partner om het leven heeft gebracht in haar woning aan de Chasséstraat in Amsterdam in aanwezigheid van haar dochter.

Die bewuste avond, 16 augustus 2024, belt de verdachte de hulpdiensten. Als zij ter plaatse komen zien zij de verdachte in paniek en schreeuwend op het balkon staan. In de woning liggen bloed en glasscherven op de grond. De hulpdiensten treffen het slachtoffer en haar toen zesjarige dochtertje aan. Het slachtoffer wordt ter plekke gereanimeerd en overgebracht naar het ziekenhuis. Twee dagen later overlijdt ze aan de gevolgen van een slagaderlijke bloeding. Naast een nu 8-jarige dochter laat het slachtoffer nog een 17-jarige zoon na.

Vaker meldingen van huiselijk geweld

Uit verklaringen blijkt dat de verdachte en het slachtoffer sinds de zomer van 2023 samen waren en dat verdachte vaker ruzie had met het slachtoffer terwijl haar kinderen getuigen waren van een giftige relatie. Er zijn verschillende politiemeldingen gedaan van huiselijk geweld en verdachte had ook een locatieverbod voor de Chasséstraat dat tien dagen voor de fatale avond was opgeheven, omdat het slachtoffer en verdachte hadden aangegeven met elkaar verder te willen.

Verdachte gaf dochter een tik

De verdachte verklaart dat hij die avond de dochter een corrigerende tik gaf omdat zij iets stouts deed. Zij vertelde dat aan haar moeder, waarop het slachtoffer uit de keuken kwam en de verdachte vroeg wat er was gebeurd. Hierop zou een woordenwisseling zijn ontstaan. De verdachte verklaarde aanvankelijk dat ze met haar benen tegen de tafel liep waar een vaas met bloemen op stond. Zij stootte die vaas om en de glasscherven sprongen omhoog in haar been. Agenten ter plaatse vonden het een merkwaardige verklaring, omdat de tafel erg laag was waardoor een vaas die vanaf die hoogte naar beneden valt niet een bovenbeen zou kunnen raken, hetgeen later ook bevestigd is door een deskundige. Vanaf dat moment houdt de verdachte vol dat ze dan wel gevallen moet zijn, waarbij een scherf van een gebroken pot in haar bovenbeen moet zijn gekomen. Een ongeluk dus.

Wettig en overtuigend bewijs

Het OM vindt het scenario dat verdachte uit woede het slachtoffer met een glasscherf heeft gestoken, echter veel waarschijnlijker. Voor dit scenario zijn er, naast het sectieverslag, ondersteunende getuigenverklaringen, processen-verbaal van bevindingen van de politie ter plaatse van het incident en de verklaring van de verdachte voor zover hij bekent dat er een ruzie is geweest kort voor het fatale moment. Er ligt ook een deskundigenrapport waarbij geconcludeerd wordt dat een steekscenario veel waarschijnlijker is dan een val/ongeluk-scenario. Ten slotte bleek dat de pot incompleet was toen hij tijdens een reconstructie in elkaar was gezet. De stukken glas die ontbreken, zijn groot genoeg om het letsel te kunnen veroorzaken.

Op grond van al deze bewijzen komt het OM tot de conclusie dat doodslag bewezen kan worden. Omdat verdachte weinig openheid van zaken heeft gegeven en totaal geen verantwoordelijkheid heeft genomen, kort daarvoor nog was veroordeeld voor huiselijk geweld tegen de zoon van het slachtoffer en er ook sprake was van huisvredebreuk en verzet bij aanhouding eerder dat jaar, vindt het OM een gevangenisstraf van acht jaar gerechtvaardigd. Ook eiste de officier van justitie een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (GVB). In zijn requisitoir benoemde de officier van justitie dat er in de maatschappij veel te doen is om veiligheid voor vrouwen en femicide. “Deze zaak heeft dan ook veel maatschappelijke beroering teweeggebracht als het zoveelste geval van zinloos huiselijk geweld met fatale gevolgen.”

Meer 112 nieuws uit Amsterdam? Klik hier